Wedstrijdverslagen seizoen 2012-2013
SVOW – LSVV’70 1-3
Een ieder die betrokken is bij cultclub LSVV’70 is het er over eens dat het studentenleven veel te leuk is om je overmatig druk te maken om het voetbal zelf. Vooral als de tegenstanders in de competitie VVSB, Woubrugge en SVOW heten. In principe weet je al dat je als winnaar van het veld stapt voordat het eerste fluitsignaal, die de studentenkater weer eens aanwakkert ,geklonken heeft.
Ik wil nog even bij dat fluitsignaal blijven. Wist u dat uit statistieken van Leidenamateurvoetbal.nl blijkt dat LSVV, van alle clubs uit de regio Leiden, de minste overtredingen nodig heeft gehad in de eerste seizoenshelft? En daaraan toevoegend: Wist u dat de tweede sportiefste club, tweedeklasser SEV, al twee keer zo vaak is bestraft door de scheidsrechter?
Hoe opvallend deze cijfers in eerste instantie ook kunnen ogen, volgens vele tegenstanders is het niet meer dan logisch. Wij zijn immers brave kakkertjes wiens ouders niet rijk genoeg waren om ons bij de plaatselijke hockeyclub in te schrijven. Voetbal was een leuk alternatief, maar fysiek spel wordt sinds jaar en dag vermeden.
Beste lezer, niets is minder waar. Voetbal is geen alternatief en braaf komt niet in ons woordenboek voor. Ons credo is, haast vanzelfsprekend: ‘Bloed aan de palen!’ Elke zaterdag strijden wij voor elkaar en onzer supporters. Echter, wij willen dit met zo min mogelijk overtredingen doen. Om het beter te verwoorden: wij hebben het liefst een wedstrijd met vijf fluitsignalen. Twee voor het begin en einde van beide helften en een bonusaftrap voor de tegenstander. De reden: wij houden bij LSVV niet van het fluitsignaal.
Sterker nog, het is de enige denkbare reden om niet met een glimlach op zaterdagmiddag uit je bed te komen. Dat geluid! Bij elke overtreding klinkt dat geluid als een cirkelzaag in de schedelpan van elke speler van LSVV. Heel af en toe, wanneer een enkeling in de basiself bij de studenten door bizarre omstandigheden niet met een kater op het veld staat, begaat hij expres zo veel mogelijk overtredingen om de rest te sarren. Sander Mulder bijvoorbeeld, blijft sinds dit seizoen elke vrijdagavond thuis om op de bank, samen met zijn vriendin, allerlei Hugh Grant-films te kijken. Vervolgens poeiert hij op zaterdagmiddag onnodig de ene na de andere goal erin, puur om het feit dat hij geen last heeft van het fluitsignaal. Iedereen bij LSVV weet dat de topscorer de saaiste kerel is op de vrijdagavond. Het is derhalve niet gek te noemen dat Peter Wieringa clubtopscorer aller tijden is; die was nooit in de kroeg te vinden.
Aangezien het bruggetje naar het wedstrijdverslag inmiddels langer is geworden dan een gemiddelde paper voor mijn studie(en dat zegt inderdaad ook iets over het niveau van mijn papers), lijkt het mij hoog tijd om de wedstrijd op papier te zetten.
In twee mooie rijtjes kwamen de basisspelers van SVOW en LSVV’70 het veld op gelopen. De vorige wedstrijd stond bij de studenten nog goed in het geheugen gegrift.(In het kort: er was één ploeg die voetbalde en de andere ging er met behulp van twee mislukte corners en een zielige grensrechter met de drie punten vandoor.) Aan de ene kant de Leidse studenten, gewapend met tactisch en technisch vernuft en een geweldige wedstrijdmentaliteit. Aan de andere kant de krokeledokussen van SVOW, gewapend met de vlag van de grensrechter. Voor de meerderheid van de lezers die nog nooit in de kantine van SVOW is geweest schetst uw verslaggever een beeld van wat hij aantrof. Bij het binnenrijden op het sportcomplex van SVOW is, naast een groot zelfportret van trainer Johan Peper op een stuk karton, het clublogo afbeeld: een ovaalvormig logo met een grensrechtersvlag. Verder is het logo van de club volledig terug te vinden in het design van de kantine, aangezien alle tafels een oranje-rood geruit motief hebben. And last but not least, achter de bar staat de clubmascotte biertjes te tappen. Het betrof een volwassen man in een grensrechterspak en in beide handen een vlag.
Hoewel beide ploegen een geheel eigen inbreng hadden in de voetbalmiddag, waren ze slechts figurant in een onemanshow van de scheidsrechter die tot grote teleurstelling van de studenten zijn fluit niet was vergeten. Helaas had hij tijdens het maken van een nieuwe facebook profielfoto voor de spiegel in de scheidsrechterskleedkamer, niet de kaarten op de wastafel laten liggen. In een sportieve wedstrijd presteerde de leidsman het om 9 gele en een rode kaart uit te delen, terwijl hij verder een aardige wedstrijd floot. Als elke KNVB-scheidsrechter een jaar lang op deze manier spelers op de bon slingert, kan men in Oude Wetering in 2015 drie nieuwe Cruijff-courts openen. En dan is er nog geld over om op diezelfde veldjes de eerste zes maanden, 8 uur per dag, grensrechters te laten werken om de jeugd voor te bereiden op de bittere kant van het amateurvoetbal.
Terugkomend op de betreding van de 22 spelers van het veld. Op dat moment wist niemand wat zich de volgende 30 minuten zou afspelen. Voordat de scheidsrechter de tijd had om zijn borstzakje te vinden, had LSVV’70 het net al drie keer gevonden. In de derde minuut hadden we namelijk al het mooiste moment, tot de invalbeurt van levende legende Arjen Bakker, van de wedstrijd gehad. Neal Petersen werd in de diepte aangespeeld, maar kon na goed verdedigend werk niet zelf afwerken. Gelukkig had hij het overzicht om de opkomende Boaz Zoutewelle, die als rechtshalf begon na het uitvallen van Nils de Groot in de warming-up, op zijn linker te bedienen. Als een echte scherpschutter hield Zoutewelle rekening met de wind en krulde hij de bal in de linker bovenhoek. LSVV bleef onvoorstelbaar goed druk zetten op de bal en er werd constant vooruit gevoetbald waardoor het niet lang duurde totdat de score werd verdubbeld. Wederom was het de tendem Zoutewelle-Petersen die beslissend was, echter dit keer andersom. Boaz Zoutewelle stuurde met een puike pass Petersen de diepte in en na zijn voorsprong in een sprintduel verdedigd te hebben bleef hij koel. De Ierse alleskunner(zowel binnen als buiten het veld), die de wedstrijd als laatste man zou eindigen na twee keer geel voor Peter van Diggele, was de terugstormende verdediger te snel af. De nummer vier van SVOW werd als een langskomende kudde paarden uitgekapt, waarna de spits de bal onder de keeper schoof. Binnen 20 minuten was de wedstrijd al gespeeld, omdat de ploeg van Wim Mugge de derde goal wist te fabriceren. SVOW dacht zich in de 19e minuut rijk te rekenen met een counter, maar Alen Stjepanovic onderschepte slim een breedtepass en leverde deze af bij aanvoerder Freek Jansen. Wederom werd de ruimte achter de verdediging van SVOW gevonden en Petersen hoorde de inmiddels doorgelopen Stjepanovic nagenoeg janken om de bal. Petersen leverde de middenvelder een perfecte tweede assist en kroonde zich, wederom slechts tot de invalbeurt van levende legende Arjen Bakker, al na een twintigtal minuten tot man of the match. Ook na de goal van Stjepanovic bleven de studenten de bank van de thuisploeg stilhouden. De scherpte was er echter vanaf en SVOW kreeg vlak voor rust zowaar een strafschop. Een vrije trap van SVOW werd door de nummer 6 hoog in het strafschopgebied gelegd en Hubert Meulman bleef zijn man vasthouden alsof het een snoek van 1.85 meter was. De sterk fluitende leidsman kon niet anders dan de bal op de stip leggen, maar niet zonder een gele kaart uit te delen. Er moet immers geld in het laatje van de KNVB komen.
De aanvoerder van SVOW koos de goede hoek en keeper Joost Hofman kon fluiten naar zijn ‘clean sheet’. Na rust gebeurde er werkelijk waar niets boeiends voor de goals van de keepers. Het lekkere weer was samen met het goede spel van LSVV verdwenen en de enige man die in de tweede helft kleur aan de wedstrijd gaf was de scheidsrechter: zes keer geel en een keer rood. Niet genoeg volgens Johan Peper, maar die begrijpt het spelletje ook niet helemaal.
Het zou bij 1-3 blijven, maar voordat de scheidsrechter een einde aan de wedstrijd zou maken, gebeurde iets bijzonders in Oude Wetering. Vergelijk het met de terugkeer van Thierry Henry bij Arsenal vorig jaar, met David Beckham in een AC Milan-shirt of de terugkeer van Erik van den Haak na zijn knieblessure. Echter zal elke gelijkenis falen.
De glimlach van Roelofarendsveen werd nog vijf minuten gegund in zijn vertrouwde omgeving. Arjen Bakker maakte zijn entree en meteen veranderde het spelbeeld. LSVV ging niet meer combineren want er was maar één geschikte manier van voetballen: Bakker in de diepte aanspelen en dan hopen op zijn snelheid. Helaas was hij twee keer te gretig en werd daarom door de clubmascotte van SVOW twee keer teruggevlagd. Bakker was het er niet mee eens en zwaaide met zijn wijsvinger heen en weer. De scheidsrechter floot(ik voelde de cirkelzaag mijn schedelpan heel eventjes toucheren) en pakte zijn bonnenboekje. Geel voor Bakker. De eerste terechte kaart van de middag.
Wedstrijdverslagen seizoen 2011-2012
Haagse Hout – LSVV’70 3-2
Lieve mensen,
Het is gedaan, het is klaar. De wedstrijd tegen Haagse Hout was mijn laatste in LSVV’70 1. Wij waren beter, de scheidsrechter was vreselijk, en ik had liever GDA zien promoveren dan Haagse Hout.
En verder?
Verder dank ik u diep voor alle aandacht die u mijn stukjes heeft geschonken de afgelopen jaren. U hoeft me maar heel oppervlakkig te kennen om door te hebben dat het me al die tijd alleen maar ging om erkenning en zelfbevestiging. Het heeft gewerkt.
En omdat het zo suf is om afscheid te nemen met een paar lullige zinnetjes over een degradatiepotje, eindig ik met een kleine anthologie. Wat dat precies is, mag u opzoeken in het woordenboek.
“Het Vlaggenschip heeft weer het ruime sop gekozen! Een zomertje op de helling heeft het vaartuig goed gedaan. Onder leiding van kapitein Mugge werd er geverfd, geteerd en gebreeuwd dat het een aard had, en het resultaat mag er zijn. Blinkend opgepoetst, vol wapentuig en met een onverschrokken bemanning, waarvan een deel vers is aangemonsterd, gaat dit schip de woelige baren van de Derde Klasse doorklieven.” (Optimisme bij de start van een van die vele seizoen, HVV RAS thuis, 5-2)
“En dat sportpark! Paul Verhoeven zal het wel gebruiken als set voor de verfilming van De Wondersloffen van Sjakie.” (Quick Steps uit, 2-1)
“De opsteker voor Rood-Wit is dat de vierde plaats weer in zicht komt en dat koploper Kagia (‘de gekste’) 50 % van zijn verliespunten is kwijtgeraakt aan LSVV’70 (‘Veruit de Geilste’).” (Kagia uit, 1-2)
“Als je mag kiezen tussen gewoon 5-0 winnen, of 5-1 winnen met als tegentreffer een own goal van Joost van der Burg, wat kies je dan?” (SVOW uit, 1-5)
“Fuck Bin Laden, de Twin Towers staan weer! Je kan proberen een Boeing in Prosi te boren, of twee Boeings, of tien, maar hij valt gewoon niet om. Stoppen met voetbal kan hij ook al niet, dus was het afgelopen zaterdag weer zover: Proos en Alphert in de spits. The Grand Re-Erection! (En ja, dat zeiden de vrrrrouwtjes vannacht ook allemaal al…).” (Roodenburg thuis, 7-2)
“Afijn, het halve elftal was dus strontlazarus geworden in The Duke, en ook zij die op tijd naar huis gingen hadden zich vergaapt aan het vele, vele schoons achter de bar.” (Haagse Hout uit, 0-3)
“Verder vraag je je tijdens zo’n potje wel af waarom keepershandschoenen van latex zijn gemaakt. Ongetwijfeld is latex bij uitstek geschikt om de snelheid van de moderne geplastificeerde bal te dempen, maar realiseert zo’n fabrikant dan niet dat je poten de rest van de dag naar condooms ruiken?” (Boshuizen uit, 1-8)
“En de wedstrijd was – ja, hoe zal ik dat eens zeggen? – van een blubberig niveau.” (UVS uit, 0-1)
“[…]als je [als Haagse Houter] van een terechte drie-nul achterstand zo van de leg raakt dat je de keeper van je tegenstander moedwillig recht in zijn gezicht schopt, dan kan je er beter gelijk mee stoppen. Ooit fluit er namelijk een scheidsrechter die wel durft op te treden en dan wordt je zo lang geschorst dat zelfs je kunstgebit je rentree niet meer mee zal maken. Zo simpel is het.” (Haagse Hout thuis, 3-0)
“De grensrechter van SV’35 kreeg rood, omdat hij de scheidsrechter voor “paardenlul” uitmaakte. Dat is toch ontzettend grappig? “Paardenlul”, waar hoor je dat vandaag de dag nog, behalve in de slaapkamer van Bommel?” (SV’35 uit, 0-2)
“De aankomst was klassiek: enkele bierlurkende plaatselijke grappenmakers werden zo zenuwachtig van de hoeveelheid intellect die hun sportpark opwandelde, dat ze gelijk probeerden aan te wijzen wie van de Onzen welke studie volgen: “die doet geneeskunde, die studeert voor tandarts, dat is een rechtenstudentje”. God weet waarom. Het zal wel denigrerend bedoeld zijn. En au, wat kwam dat hard aan. [Voor de goede orde, lieve lezertjes: tandheelkunde studeer je in Utrecht, niet in Leiden.]” (BSC’68 uit, 1-3)
“En daarna gingen we naar Roebels en dat is een matige tent, maar ze schonken er veel pils en het werd me troebel voor de ogen en ik dacht: “Dag vriendjes, het was een hartstikke fijne dag en een heel leuk seizoen, dank jullie allemaal wel en ik hoop dat het volgend jaar ook zo leuk wordt.” En ik ging naar huis en viel heerlijk in een diepe slaap en ik droomde van een hele grote ronde bal die telkens in het doel van de tegenstander rolde.” (LSVV’70 werd kampioen, 2007)
Tot ziens, lieve lezers, het ga u goed.
SEV – LSVV’70 3-1
Lieve lezertjes,
Daar stonden we dan, na afloop van de match tegen SEV. In de bestuurskamer, bezig met de bureaucratische plichtplegingen, wedstrijdformulier, praatje met de scheidsrechter en het bestuur, plakje worst, blokje kaas, drankje erbij, jullie kennen het wel. En dan maant een van de aanwezigen om stilte. Wat is dit? Wat krijgen we nou? De man zegt de pupil van de week dat hij op een stoel aan het hoofd van de vergadertafel moet gaan staan, en het jongetje gehoorzaamt. Dan begint de man te praten.
Hij spreekt de jongen toe, hij bedankt hem voor de steun tijdens de wedstrijd van hun club tegen de gasten uit Leiden, voor het goede voorbeeld dat hij gaf door na de aftrap gelijk de Leidse keeper al te verschalken.
Hij weet alles van de jongen. Dat hij in de E3 zit, dat hij die ochtend in zijn eigen wedstrijd op het middenveld stond, maar toch twee keer had gescoord. Hij weet dat de jongen op basisschool De Trampoline zit, dat hij rekenen het leukste vak vindt, of nee, taal was het leukste vak, maar dat wist de man eigenlijk ook al, dat vond hij zelf ook altijd het leukste vak, daarom is hij ook secretaris en die andere man daar aan de tafel penningmeester, want die vond rekenen altijd zo’n mooi vak. Ik denk dat de man zelfs weet dat de Trampoline een school voor interconfessioneel onderwijs is, waar wordt onderwezen met respect voor alle andere talen en culturen. Hij hoefde het niet eens te zeggen, ik weet gewoon dat hij het weet.
De man weet dat het jongetje ADO de beste club van Nederland vindt. Hij corrigeert hem, dat moet natuurlijk Feyenoord zijn. En ik realiseerde me dat ook wijze mannen als de secretaris zich wel eens laten leiden door sentimenten die hoofdzakelijk zijn gebaseerd op successen in een zeer ver verleden en nieuw leven worden ingeblazen door een jongen van negentien die alweer op weg is naar een echt goede club. Is dat dom? Nee, dat is loyaal en warm.
En het jongetje, hij staat daar al die tijd op die stoel. Af en toe kijkt hij verwijtend naar zijn moeder, en dan mompelt hij dat zij de verkeerde dingen heeft verteld over hem, dat het helemaal niet klopt van dat rekenen. Dat vindt hij niet zo heel leuk. Voetballen, dat vindt ie leuk, dat zie je. En de secretaris weet dat ook. Zijn woorden zijn bijna op en hij geeft de jongen een bal. Een gouden bal, met in zwarte letters ‘pupil van de week’. En de trainers, leiders en spelers van SEV 1 hebben er voor hem wat opgezet. Ik kijk goed naar die bal en zie dat sommige spelers niet zomaar een krabbel hebben neergezet, maar zinnetjes van aansporing en wensen van plezier en succes.
In de auto terug realiseer ik me dat als ik om de een of andere idiote reden ooit in Leidschendam zou komen te wonen, en mijn kinderen willen op voetbal, dan kunnen RKAVV en Forum Sport met de geldbuidel rammelen wat ze willen, maar mijn talentjes zullen dan tot wasdom bij Sport En Vriendschap. Een fijne club met vriendelijke mensen. Complimenteus over LSVV’70 (niet ten onrechte), over LSVV’s website (jaha! We hebben kenners en fijnschrijvers in dienst), en behept met een zelfde afkeer van hondsdolle rechtsbacks uit Wateringen en zonnebankbruine Hagenese zakkenvullers in Polaanse dienst. Ja, fijne club.
Een fijne club ook om tegen te spelen in mijn laatste reguliere competitiewedstrijd voor LSVV’70 1. Want dat was het. En laat ik het maar zeggen: het ging dan allemaal om des keizers baard, maar nog nooit heb ik in de Leidse keeperscarrière die mij door tragisch noodlot is toegevallen zoveel ballen tegengehouden als in de tweede helft tegen onze Leidschendamse vrienden. Ik zeg hun dank voor het net niet scherp afmaken van de vele kansen. Het gaf me het gevoel nog een laatste keer, en eigenlijk ook wel een van de eerste keren, echt te excelleren als doelman van de Rood-Witte Brigade. Jammer dat we nog om lijfsbehoud moeten spelen, want het was zo helemaal af geweest.
Maar aan de andere kant: nog twee potjes mooi-weervoetbal. Ben ik daarvoor niet ooit lid geworden van LSVV’70?
SV Polanen – LSVV’70 2-3
Lieve lezers,
U kent het gevoel allemaal: je zit ergens naar te kijken, je begrijpt ook wel ongeveer wat je ziet, maar toch dringt de impact van alles wat je gadeslaat maar heel langzaam door. Toen met die vliegtuigen in de Twin Towers bijvoorbeeld. Of toen Marco van Basten die voorzet van Arnold Mühren ineens over Rinat Dasajev jaste. Je ziet het wel, maar wat het allemaal betekent, dat besef je pas veel later.
Bekend gevoel? Ja he? Alen ‘Steppa’ Stjepanovic kent het ook. Hij zag zaterdag op het wedstrijdformulier de leeftijden van zijn medespelers. En pas ’s avonds, op het verjaardagspartijtje van Haakie, kon hij er coherent over praten. Hij was echt een beetje van slag. Steppa, laat het een troost zijn: de Spiek is jonger dan jij.
Hetzelfde gevoel bekroop uw verslaggever een beetje in de wedstrijd van afgelopen zaterdag. Voorafgaand aan de match had hij geen hoge verwachtingen. Dat veld daar in Monster, was dat niet waar LSVV’70 al eens door de plaatselijke vv kansloos was afgeslacht? Had uw schrijvende dienaar daar niet geblunderd? Had hij daar niet eigenlijk van het veld moeten worden gestuurd vanwege hands buiten zijn zestien (u begrijpt, het is de doelman die dit stukje aan zijn harde schijf en zodadelijk onze server toevertrouwt), ware het niet dat de scheidsrechter van dienst de coulance zelf was? Ja. Zeker. En stond Polanen niet in de top-3? En LSVV’70 in de bodem-4? Ja. Allemaal waar.
En zo gingen onze mannen met een merkwaardige mix van laaggespannen verwachtingen en frisse moed de wei in. Je kan er namelijk moeilijk over doen, maar je kan ook gewoon een potje gaan ballen en dat deden ze. Polanen greep vanaf het begin het initatief, maar dat was te verwachten. Na een paar minuten vloog de knikker zelfs binnen, maar die treffer werd volkomen terecht afgekeurd wegens buitenspel. Al snel ontplooide zich een spelbeeld dat de hele wedstrijd niet meer zou veranderen: LSVV’70 verdedigde stug en geconcentreerd (en dat is toch nooit het onderscheidend kenmerk van het rood-witte spel geweest) met laatste man Peter van Diggele in een absolute hoofdrol. Daar tegenover de heren van SV Polanen die wel probeerden, maar eigenlijk vrijwel geen kans afdwongen.
De onzen creeërden nog minder, maar wat ze schiepen was wel gelijk levensgevaarlijk. Na een half uurtje stuurde Freek J. zeer bekeken Boris C. de diepte in. En wie Boris zegt, zegt kappen, en dan niet in de zin van ‘stoppen’, maar van kappen & draaien met Wiel Coerver. Net binnen de zestien kapte hij een mannetje, daar kwam er nog een, kap, tegenstander veegt standbeen weg, pingel. Hop! Stijn K. achter het kanon en onder de handen van de doelman door raak. En vanaf de andere kant keek uw correspondent, hij zag het wel, maar doordringen deed het nog niet helemaal.
Een minuut voor rust werd het toch gelijk. Een diepe pass werd vanaf de tweede paal keurig teruggelegd en binnengeschoten. Een tegen een. En dan denk je: oh, wat een domper, wat een psychologisch gezien rot moment voor een tegentreffer, wat een morele opsteker voor Polanen! De thuisploeg zal wel keihard knallend de kleedkamer uitkomen, op zoek naar de studentenscalp. Heel even leek het erop, maar het stormpje ging al snel liggen. En wat gebeurde er toen? Polanen ging dramatisch slecht opbouwen: eerst onderschepte Gloerich een pass van achteruit. En de Gloer intercepteert alleen maar als hij er een mooi vervolg aan kan geven, dus volgde een fluwelen combi met die Freek J, Stijn K. voor de keeper zette. Diens afronding was zo koeltjes, dat uw reporter wederom wel zag wat er gebeurde, maar het nog niet echt kon verhapstukken: 1-2. En nog geen tien minuten later was het 1-3! Freek J. dit keer, op weg geholpen door Stijn K., en ragfijn met links afrondend. Het stond er werkelijk op het scorebord: een tegen drie. Tsjonge. Wat zou dat nou betekenen?
Normaal betekent dat billenknijpen. Twintig minuten lang is voor LSVV’70 vaak wel heel erg lang. Maar de koene strijders in rood-wit kwamen eigenlijk nauwelijks in gevaar, ook al omdat de sv Polanen niet al te handig het doel zocht. Glansrijk bleef de defensie overeind, zelfs na het schampschotje dat door de stokken van doelman W. nog in de Leidse goal verdween. Daar bleef het bij, want op een kopballetje naast en een schot recht in de handen van diezelfde W. kwam Polanen tot niks meer.
Mooi zeg. En des avonds, op Haaks feessie, toen hadden ze het er allemaal nog over, de aanwezige LSVV-ers. Nog even verwerken heet dat.
LSVV’70 – SEV 1-0
Lieve lezers,
Na de wedstrijd van afgelopen zaterdag tegen onze Leidschendamse vrinden van SEV (zo’n fijne afkorting is dat: Sport en Vriendschap. Draait het daar niet om in het leven? Nou ja, dat en seks, of liefde zo u wilt. En een potje bier zo op zijn tijd. Sport en Seks en Liefde en een Potje Bier en Vriendschap: SESELEPBEV. Bekt toch niet zo, afkortingsgewijs), na de wedstrijd tegen SEV dus, is uw verslaggever even achterover gaan leunen. Nagenieten, heet dat. LSVV’70 heeft de nul gehouden. Gelooft u het?
De nul dus. In de edele voetbalsport tot vervelens toe heilig verklaard, ook door LSVV’70, meestal tegen beter weten in. Maar wist u dat we zonder de moslims nooit de nul zouden kunnen houden? Ja ja. Wij allemaal maar denken dat de Westerse cultuur met zijn judeo-christelijke traditie en zijn wortels in de Romeinse en Griekse oudheid zo hoogstaand is. Maar die Grieken en die Romeinen, die rekenden met II en XXVII en XCMI en zo, maar als Aristoteles eens ‘LSVV’70 – SEV 1-0’ had moeten opschrijven, dan had hij zich even onder de toga gekrabt. Het niks van het niet-scoren aan Leidschendamse zijde, daar had hij geen teken voor. En dat teken, het cijfer nul, daarover beschikken we pas sinds we onze huidige cijfering van de moslims uit het Midden-Oosten hebben overgenomen (en die hadden het weer uit India).
Oftewel: Allah, Boeddha en Shiva zijn geloofd voor de nul. Die LSVV’70 dus eindelijk eens hield tegen SEV. Dankzij keihard werken door de brigade van Wim Mugge, dankzij kunst- en vliegwerk, dankzij flink falen van de SEV-aanvallers en een sterk optreden van de Leidse doelman. Het valt allemaal na te lezen in het verslag op www.sev-voetbal.nl. Freek Jansen meldde zich zondag per sms, want dat verslag zou de spijker op zijn kop slaan.
Nou, snel kijken, wat stond er dan? Blabla, hobbelveld, pompompom, SEV gemakzuchtig, jajaja, counters voor de thuisploeg, ok ok ok, doelman Weststraten (36 jaar, dat moet wel een eeuwige student zijn). Nou zeg. Moet dat nou, dat van die leeftijd? Trouwens, wie is er ooit uitgeleerd in het leven? Zijn we eigenlijk niet allemaal eeuwig studenten, studenten van de Universiteit die het Leven heet? (Welnee, wat een onzin – maar doelman Weststrate (zonder n) heeft geen proefschrift afgerond om voor eeuwig student versleten te worden. Dat u het weet.)
Maar verderop maakt de SEV-scribent het helemaal goed. Weststrate groeit uit tot man of the match, zo meende hij. En ja, jongelui, zo was het ook wel een beetje. Na een kabbelende eerste helft, waarin SEV niet op doel schoot en LSVV’70 in de tegenstoot een paar keer gevaarlijk voor de Leidschendamse goal opdook, was de tweede helft een klein spektakeltje.
Een SEV-aanvaller dacht in de eerste minuut na de hervatting een balletje in de hoek te kunnen prikken, maar niks: doelman Weststrate had er een handje tussen. En een paar minuten later gebeurde er iets heel fraais. Hubertus Meulman geloofde in een diepe bal op rechts, snoepte met de van hem bekende technisch loepzuiver uitgevoerde bloktackle het leder af van de linksback, keek even op, stiftte de bal over de keeper, zodat Sander M. bij de tweede paal kon binnenlopen: 1-0!
En daarna? Daarna viel SEV aan, maar de bal ging er niet in. Omdat LSVV’70 fanatiek verdedigde, omdat de SEV-ers alle voorzetten inde handen van voornoemde doelman schoten, en omdat diezelfde SEV-ers weigerden om een paar hele grote, echt heel heel erg grote kansen erin te schieten. Liever produceerden zij rollertjes en slappe balletjes recht op de doelman.
Fijn, want zo bleef het 1-0, tot en met het laatste fluitsignaal van scheidsrechter Yuri Takacs. En zal ik u eens wat vertellen, beste lezers en andere geïnteresseerden? Tijdens de toss vroeg doelman Weststrate, tevens aanvoerder, aan de scheidsrechter: “Meneer Takacs, weet u nog? 1991 (negentieneenennegentig)? De Jeugd Olympische Dagen in Brussel? U mee als grensrechter van de Nederlandse voetbaldelegatie? Ja? Nou, daar stond ik toen op doel.” En scheidsrechter Takacs wist het en zei met een milde glimlach: “Dan heb je ook niet veel van je carrière gemaakt, eigenlijk.”
Dat ziet doelman Weststrate toch anders.
Nooit meer zinloos oefenen
‘Normaal loop ik door muren heen, maar vanavond doe ik rustig aan.’ Ik kijk om, loop twee passen verder en kijk nog eens om. De jongeman in kwestie, een blonde middenvelder begin twintig van FC Rijnvogels, heeft het toch echt tegen mij. Het is een koude, donkere dinsdagavond in Katwijk aan de Rijn. Hoe we daar met de flierefluiters van LSVV’70 zijn beland weet eigenlijk niemand, maar onze trainer, veldheer Wim Mugge, was gebeld voor een oefenwedstrijd. Iets dat uniek is voor een club als LSVV’70, want oefenduels zijn hetzelfde als serieus praten over de technische en tactische kwaliteiten van een tegenstander in de marge van het amateurvoetbal: totaal overbodig. Maargoed, we zijn er nu toch, en vinden het prima om na de feestdagen weer even in beweging te komen. Net elf man, precies genoeg. Lekker een potje ballen, tenminste, dat dachten we.
Totdat de tegenstander bloedfanatiek het veld betrad, hun bank overliep van wisselspelers in trainingspak die gretig toekeken, hun aanvoerder oerkreten losliet en het afschuwelijkste woord op de amateurvelden er te pas en te onpas uit werd gegooid: Scherp. Maar ook een speler na de 8-0 verrot werd gescholden omdat hij een keertje de bal niet afspeelde en tot overmaat van ramp het noodlot bij de eeuwige studenten toesloeg. Verdediger Erik van den Haak ging een duel aan, kwam verkeerd neer, hoorde krak, en wist dat het helemaal fout zat. Dat hij op dat moment zijn voorste kruisband afscheurde, interesseerde sommige spelers van FC Rijnvogels minder. Ze voetbalden door, scoorden zelfs, en de linksback, een gedrongen ventje met waarschijnlijk meer noppen dan hersencellen, riep dat hij gewoon moest opstaan. Voorste kruisband, maandenlange revalidatie, en dat voor een speler met grote waarde voor zijn team. Kon 2012 nog slechter beginnen?
Het gekke is dat we de rest van de wedstrijd alles maar lieten gebeuren. We speelden zelfs met tien man verder, puur om de tegenstander maar van dienst te zijn. Zij hadden immers ook een avond opgeofferd om tegen een balletje te trappen. En toen kwam de meest merkwaardige quoot van de avond in de zeventigste minuut mijn gehoor binnen. ‘Normaal loop ik door muren heen, maar vanavond doe ik rustig aan.’ Er ging van alles door me heen. De primaire reactie was: Waarom in hemelsnaam door muren heenlopen? Dat is toch gewoon compleet zinloos. Vaak heb je in een muur een deur zitten. Die kan je vaak gewoon open en dicht doen. En desnoods neem je het raam. Maar door een muur heenlopen? Dat doet toch gewoon pijn, en behalve dan in de bouw, geeft het ook nog eens veel herrie en rotzooi. En wie ruimt dat dan op? Die blonde middenvelder zelf? Dat is dan ook zinloos. Loop je door een muur heen, moet je het daarna zelf opruimen of in het ergste geval weer dichtmetselen. Kortom, ik heb de resterende twintig minuten van het meest zinloze duel ooit me nergens anders meer mee beziggehouden.
Met tien of elf tegen nul liepen we van het veld. De trainer was al vlak na rust naar huis gegaan, hij was de enige die de nederlaag aantrok. De rest had anderhalf uur als speelbal gefungeerd, maar had ook een wijze les gehad. Begrijp me niet verkeerd, de spelers van het streberige eerste elftal zijn echt niet anders dan veel andere amateurspelers. Maar voor de studentenvoetbalvereniging was het een gitzwarte avond met een heldere conclusie: nooit meer zinloos oefenen! Een harde, maar wijze les.
LSVV’70 – VV Leiden 2-1
Lieve lezers,
Het was me weer wat, het potje voetbal tegen Leiden van afgelopen zaterdag. Ik heb er eens hard over nagedacht en ben tot de conclusie gekomen dat een wedstrijd eigenlijk niet één gebeurtenis, maar een aaneenschakeling van losse incidenten, handelingen en gebeurtenissen. Sommige zijn iedere week weer hetzelfde, maar andere komen heel wat minder vaak voor en het heel af en toe gebeurt er wel eens iets unieks.
En eerlijk gezegd: heel vaak is het allemaal voorspelbaar marginaal gerommel, maar dit keer kwamen er dingen voorbij die ik nog nooit, of dan toch al heel lang niet had gezien bij een thuismatch van LSVV’70.
Wat dan, hoor ik u denken?
Nou:
- Een pupil van de week. Nog nooit vertoond, behalve die ene keer, toen die ene Turkse scheidsrechter zijn zoontje had meegenomen. Maar dit was van tevoren georganiseerd en het mooiste was nog wel dat hij Wesley Snijder heet. Onthoud die naam.
- De uittenues van tegenstander vv Leiden. Heerlijk geel, afgezet met een zwart biesje. Beetje Veendam-achtig, eigenlijk, u weet wel, van die karaktervolle outfits.
- LSVV-aanvaller c.q. trainer van Lugdunum D1 Freek Jansen die tijdens de warming up staat de kotsen in de bosjes rondom het heilige gras van de Kikkerpolder. Op zichzelf niet zo uniek, zo’n kotspartij, maar eerder was altijd alcohol de oorzaak. Dit keer een vergiftigde oliebol, aangeboden door een van de moeders van Lugdunum D1. Lugdunums methodes om slecht presterende trainers weg te krijgen worden subtieler: Kluijvers werd tenminste nog gewoon de poort gewezen. What’s next: voodoo op de trainer van Dames 1? Maandenlange stalking van de leiders van de F2?
- LSVV’70 dat een achterstand ombuigt naar een overwinning. Huiskamervraag: wanneer lukte dit de rood-witte brigade voor het laatst?
- Peter van Diggele als laatste man. Hij zegt dat ie het goed kan, we geloven het ook allemaal, maar gezien hadden we het nog nooit. En we weten nog steeds maar half, want na 25 behoorlijke minuten, moest hij eraf met een hamstringblessure (dat is dan weer weinig nieuws onder de zon, helaas).
- Marvin Bok met een kort kapsel, ook nog nooit gezien. Maar eerlijk is eerlijk: ik zie hem niet elke dag. Hij scoorde ook nog de 0-1, na 20 minuten ofzo, met een slap schot dat van richting werd veranderd. Die tellen ook.
- LSVV’70 dat profiteert van een schutterende doelman van de tegenstander in plaats van andersom. Misschien niet volkomen uniek, maar wie zich uit de afgelopen drie jaar iets soortgelijks herinnert, melde mij dat gaarne. Hoofdprofiteur was Stijn. Hij liep keurig door op een diepe bal, die door de uit zijn zestien stormende doelman verkeerd werd beoordeeld en pardoes over hem heen stuitte. Superspits Kalsbeek dankte hartelijk en zette de 1-1 op het bord.
- Een functionerend scorebord. Dat was ook al even geleden.
- En last but not least, lest best: een goed gevulde Kroaat die de winnende voor LSVV’70 maakt. Steppa, want over hem hebben we het, zette zelf een vloeiende aanval op, liep door, en kwam precies op tijd voor zijn man om een voorzet van Freek ‘lege maag’ Jansen in de verre hoek te tikken. Oei oei, wat lekker. Tevens is Steppa de eerste Minervaan die scoort in LSVV’70 1 sinds ehm… Sinds. Sindssindssinds, eeeh, wacht ff… Nee, ja, nja: Daan Botje? Oh nee, sinds Boris Cammelbeeck natuurlijk!
Dat er heel wat hetzelfde was als altijd, zoals het niveau van de wedstrijd (brrr), discussie over de scheidsrechter (had Leiden best een pingel kunnen geven) en de houding van Wim Mugge (kalm en stoïcijns), dat zal allemaal wel. Aardappelen, groenten en een stukje vlees, dat kennen we wel. Nee, juist de bijzonderheden kruiden de Paella des Levens, en wie ben ik om u een prettige smaaksensatie te onthouden?
LSVV’70 – VCS 2-1
Lieve lezers,
Iedere wedstrijd heeft een verhaal, hoe saai ook. Er zijn zelfs denkers die zouden zeggen dat iedere wedstrijd niet zozeer een verhaal heeft, maar zelf een verhaal, of liever nog: oneindig veel verhalen is, en ieder van die verhalen heeft een eigen narratieve logica, gebonden aan de auteur in kwestie.
Zou dat zo zijn, lezers? Vast wel.
Doet het ertoe? Vast wel.
De pot van afgelopen zaterdag zal vast een verhaal zijn, of tien verhalen, of honderd, maar de meeste van die verhalen zijn het vertellen niet waard. Het verhaal van het scoreverloop? Snel verteld: 1-0 (Stijn), 2-0 (Diggel), 2-1. Het verhaal van het niveau van de wedstrijd? Krijg ik niet uit mijn pen zonder te huilen.
Neen, het is de kunst de geinige verhalen eruit te pikken. En die geinigheid zat hem zaterdag in niets anders dan randzaken, niet in het voetjebal.
Om te beginnen spuwde trainer Mugge voorafgaand aan de match zijn gal over het feit dat zoveel van zijn manschappen zo laat kwamen aankakken. Hij had een punt, maar hij werd ingehaald door de scheidsrechter. De beste man zorgde namelijk voor het verhaal van de dag.
Om drie voor half drie, op het moment dat LSVV’70 en VCS de warming up hadden afgerond en de kleedkamer opzochten om daar nog even de laatste gel in de haren te smeren, de laatste tapejes rond afzakkende kousen te bevestigen en elkaar nog even moed in te spreken, liet de arbiter zich gelden. “Nee, ik begin niet aan de wedstrijd”, zei hij, “ik kan de lijnen niet zien”. Trainers en begeleiders van VCS keken hem aan alsof ze Tatjana elf plus vier correct hadden horen uitrekenen. Ja, u hoort het goed.
Bij LSVV’70 keken ze er al minder van op. Geen lijnen, hadden ze dat verhaal niet al eens eerder geschreven? Honselersdijk thuis, twee jaar geleden. De geschiedenis herhaalt zichzelf? Ja, nou. Nee, niet echt eigenlijk, nooit op dezelfde manier in ieder geval, dat kan helemaal niet, dat begrijpt u ook wel. Toen tegen Honselersdijk was er ook echt geen lijn te zien. Nu lagen er prachtig witte lijnen. En nee, als je tegen de zon inkijkt, zie je die niet. Ook niet als je ze nog eens overkalkt. Maar hij stond erop, er moest meer kalk op. Goed voor je botten, kalk. Behalve teveel kalk, dat is niet goed. Maar als er ‘te’ voor staat is het nooit goed (behalve te-levisie en te-stosteron).
Enfin, Leon haalt een karretje, maar dat deed het niet. Even later werkt ie wel, Stijn gaat lijnen trekken, maar moet worden afgelost door Job, want hij moet nog zijn groene kousen aantrekken, voordat de wedstrijd alsnog kan doorgaan, drie kwartier later dan gepland. “Groene kousen?”, hoor ik u denken? “LSVV’70 heeft toch rode kousen?” Ja, dat klopt, maar de tegenstander had per ongeluk ook rode kousen meegenomen, en toen mochten de oranje kousen ook niet van de scheids, want die leken er zoveel op, en toen maar groene geleend van Lugdunum, en toen moest Job nog zeggen dat hij akkoord ging met het tenue van de tegenstander, en toen, en toen, en toen kon het eindelijk beginnen.
En die wedstrijd zelf was een nog veel suffer verhaal en daarmee ga ik u niet vervelen.
Zoals altijd veel liefs gewenst en niet te vergeten inspiratie en kracht, opdat u al hetgeen bereikt dat u voor ogen staat.
Wedstrijdverslagen seizoen 2010-2011
Wedstrijdverslagen seizoen 2009-2010
Wedstrijdverslagen archief 2005-2009