LSVV Futsal 1

LSVV’70 Zaal 1
Dit seizoen schuimt een ijzersterke selectie de sporthallen in de regio af, om potjes in de 2e klasse 2 af te werken.
De krijgers  van dienst, in volkomen willekeurige volgorde

Gerben Waasdorp
Alphert Christina
Geert Jan Jonk
Stijn Kalsbeek
Jan Dijkshoorn
Peter van den Broek
Sietse Fokkema
Job Weststrate
De man wiens naam niet genoemd mag worden

 

Brielle 3 – LSVV’70 1  7-3 (bekerfinale)

We hebben dit seizoen veel gedaan. Goed gevoetbald, matig gevoetbald, degelijk gevoetbald. We hebben gelachen. We hebben ons zenuwachtig gemaakt, we hebben tegenstanders te hoog ingeschat. We hebben gemazzeld, we hebben gescoord, we hebben altra ziekend verdedigd. We hebben onszelf naar het kampioenschap gebald.

Gisteravond hebben we afscheid genomen. Afscheid van het seizoen. Afscheid van onze aspiraties op bekerwinst. Een helft lang leek het daar nog niet echt op. Maar we waren niet in goeden doen en na rust werden we weggespeeld door Brielle, dat deze wedstrijd eenvoudigweg beter was. De grote beker mocht mee naar voormalig vissersbolwerk.

Afscheid namen we van de zaalschoenen van de Man Wiens Naam volgend seizoen bij UVS Zaterdag Wekelijks Genoemd Zal Worden. Alsof hij met Praat op schaatsles zat, zo glibberde hij over de vloer van de Margriethal (volgens eigen zeggen dan. Het was inderdaad een spekgladde vloer, maar daarover heb je het nooit erg uitgebreid als je net hebt gewonnen. Niet dat wij excuses zochten. We waren gewoon niet op ons best).

Afscheid namen we na afloop van de meegereisde fans. Zes stuks, en ik noem ze, omdat ze wel eens genoemd mogen worden: de heren Kalsbeek  en Christina senior, Freek Jansen en Nils de Groot. En natuurlijk niet te vergeten, mijnheer mevrouw Dijkshoorn. Zonder hun steun hadden we het niet gered dit seizoen. Met hun steun redden we het trouwens gisteren ook bij lange na niet, maar dat terzijde.

Bovenal namen we afscheid van twee clubiconen: Gerben ‘De Leidse Stier, voorheen De Bokkenpruik’ Waasdorp en Peter ‘Praatjes’ van den Broek. Zij speelden hun laatste minuten in het shirt van LSVV’70. En natuurlijk deden ze dat in een finale. Zo zijn deze mannen. Sinds hun allereerste duel voor LSVV’70 spelen zij iedere week een finale. Ze zijn gepokt en gemazeld. Het ontbreekt me aan vocabulaire om hun verdiensten voor onze club in woorden te vatten. Wij danken ze. We speelden samen, we schitterden vaak en blunderden soms. We dronken eens wat, we staken elkaar de loef af, we waren ontzettend geestig. En bovenal deelden we spelplezier. En daar gaat het toch maar mooi om.

En nu nemen we afscheid van u, lieve lezers, voor eventjes dan. Het ga u goed in de aanstaande plofballoze maanden. Wij gaan nog wat vieren, dat u het maar weet.

ASW 3 – LSVV’70 1  1-2 (halve finale beker)

De vrouw van de keeper van het derde van ASW. Daar zat ze, op het tribunetje in de Zuidplas in Moordrecht. Misschien wel de krapste zaal van West II. Nog nooit zag ik een tribune zo dicht op het veld geplaatst. Weliswaar zit het publiek een meter of vier boven het speelveld, maar een en ander is zo knusjes op elkander gebouwd dat ze wel heel dichtbij was, de vrouw van de keeper van het derde van ASW. En ze liet van zich horen. Vanaf de warming-up al. Non-stop. Inpraten op de tegenstander, vragend, gebiedend, smekend, hopend. Of we niet te veel wilden scoren. Of we niet met haar even konden afspreken om af en toe een balletje bij ons binnen te laten glippen. En zo verder. Onophoudelijk regende het woorden van boven ons hoofd.

Ja zeg, de vrouw van de keeper van het derde van ASW. Ad rem was ze ook nog, en behoorlijk grappig. Haar kroost was ook mee, om papa aan te moedigen. Papa had nieuwe handschoenen namelijk. Vandaar. Oh, en omdat het de halve finale was.

Het was een emotionele achtbaan voor de vrouw van de keeper van het derde van ASW. Tenminste, dat denk ik, want ze stopte zoveel passie en medeleven in haar aansporingen, dat ik me niet kan voorstellen dat het haar koud liet, het wedstrijdverloop.

En hoe was dat dan? ASW is een pittige tegenstander. In de competitie leden we onze enige nederlaag tegen de heren uit Waddinxveen (of zouden ze allemaal gewoon in Gouda wonen?) Hoe dan ook, de uitslag is al een indicatie: het was een spannende en gelijk opgaande pot. Zonder de Man wiens Naam Niet Genoemd Mag Worden maar Wiens Behoeftes in een Hongaars Provincieplaatsje Werden Bevredigd, trokken onze helden ten strijde, en heel behoorlijk. In de eerste helft stond het verdedigend allemaal heel aardig, en bij vlagen zat er een leuke aanval tussen. Maar het was wel allemaal van een wederzijdse stugheid om je nagels mee te borstelen, dat dan weer wel. Het werd 0-1 na een fijne unos-duos door het hart van de Waddinxveense verdediging. Alphert schoot ook nog een balletje op de paal, nadat hij een verdediger het plofleder had afgetroefd. De vrouw van de keeper van het derde van ASW zal er bijkans een rolberoerte van hebben gekregen. (Bijkans, raar woord). Maar in de rust sprak ze alweer vermanend de mannen van LSVV’70 toe: ‘Dit hadden we niet afgesproken, jongens, nu even eentje in jullie doel’, en meer van die strekking. Nu ik het zo lees, klinkt het eerder kinderachtig dan grappig. Maar toch was ze vermakelijk. Dat zal dan in timing en intonatie te maken hebben, want daar zit het hem vaak in, humor, in timing en intonatie.

Wat denkt u dat er na de rust gebeurde? Dat ASW aandrong omdat het achterstond? Voorspelbaar he? Want dat gebeurde. Ze scoorden ook, uit een schot dat via een ASW’s been achter Jan D. belandde. Een lucky, maar wat geeft het? Ze kon weer ademhalen, de vrouw van de keeper van het derde van ASW.

En toen, en toen, en toen? Drukten ze door, de gastheren uit Waddinxveen? Ze probeerden het wel. Daartoe hadden ze ook een geheim wapen van stal gehaald, in de vorm van ene ‘Mo’, hetgeen ongetwijfeld staat voor Mohammed, een jongeman die na een kwartiertje wedstrijd ineens op de bank van ASW 3 opdook. Het zweet stond hem nog op het voorhoofd, en als moderne Sherlock Holmes-en deduceerden enkelen aan onze zijde dat deze jongeman zeer kort tevoren nog een partijtje had gebald met ASW 1, dat een uurtje voor ons in het nabij gelegen De Dreef had afgetrapt voor hun kampioensmatch tegen RKDEO 1. Zou het waar zijn? We weten het niet, en het maakte ook niet uit, want ballen kon hij wel, deze Mo, maar tegenhouden konden wij dan ook weer wel. En als hij er dan langs kwam was het doelman D. die weer alles uit zijn kooi ranselde. Zou de vrouw van de keeper van het derde van ASW het daar na afloop nog over hebben met haar echtgenoot? (‘Die keeper van hun, die was wel heel goed, waarom pak jij niet zoveel ballen?’ Ach, dat is flauw, want eigenlijk hield hun keeper er ook heel wat uit’)

Enfin, Sietse F. werd keurig de ruimte ingestuurd en roste de 1-2 binnen. Daarna: zij probeerden, wij hielden tegen en vergaten het op de counter uit te spelen. En toen floot de scheidsrechter af. Hoera.

We spelen de bekerfinale. En zal ik u wat verklappen, beste lezers: ik heb nog nooit een echte bekerfinale gespeeld. En deze is ook nog heel echt op neutraal terrein! In Schiedam! Op maandag 13 mei vindt dit spektakel plaats. Ik verwacht daar in ieder geval de vader van Alphert in het publiek, maar zou blij verrast zijn als de vrouw van de keeper van het derde van ASW ons zou komen aanmoedigen. Maar dat zal ze er thuis niet door krijgen, vermoed ik. Haar man vond het namelijk zo jammer dat hij verloor, dat hij na het laatste fluitsignaal met een karatetrap de linkerdoelpaal probeerde de klieven.

 

LSVV’70 1 – Bax-Zeefdruk 1  8-1  (Kam-pi-oe-nen!)

 

Lieve lezertjes,

Gisteren kwamen de jongens van Bax-Zeefdruk 1 op bezoek in de Drie-Oktoberhal. Zij waren de enigen die onze Jonge Zaalhelden nog van de titel af konden houden, in theorie. Dan zouden zij moeten winnen, vervolgens zouden wij ons moeten laten verrassen door Woubrugge, en dan zouden zij nog een keer van ons moeten winnen en nog een tussenliggend potje ook. Zoiets.

Maar na een minuut was dat scenario aan diggelen. Sietse F. liep op links langs een tegenstander en punterde het plofleder ongenadig in het dak van het doel. Zo.

Het was de opmaat van een potje waarin wij Onze Helden zagen spelen zoals het gehele seizoen: degelijk en efficiënt. Alphert slalomde langs de in maagelijk wit gestoken vijandige doelman en plaatste nummer twee in de touwen, een Baxer werkte een bal in zijn eigen doel voordat Stijn dat kon doen en Job schoot een bal tussen de stokken van voornoemde doelman na een kunstzinnige voorbereiding van Alphert. Vier tegen nul bij rust.

Intussen had de door griep geplaagde maar desondanks aanwezige Peter Praat het kantinepersoneel bereid gevonden om een flesje prikkelwijn te gaan halen (waarvan hulde) en kwam Gerben W. bij de stand van 5-1 met nog wat poepel de hal binnen. Het feest was al in volle gang: de supporters, van Meere junior tot Kalsbeek senior, gingen uit hun dak, overwinningsliederen galmden in de hal die wij als thuis zijn gaan beschouwen. Dat Alphert en Job er ieder nog twee inschoten is voor de statistiek, net als die tegentreffer uit een vrije trap (nee echt? Uit een vrije trap? Verrassend zeg!).

Hoewel, voor de statistiek? Als je tegen de enige overgebleven concurrent met 8-1 wint, is dat niet helemaal voor de statistiek. Dat is ook voor de uitdrukking van de krachtsverhoudingen. Een zuurpruim zou zeggen: “Jullie spelen in een te lage klasse.” Een guitige vrolijkerd zegt: “Gasten, jullie zijn goed hoor!” En zo is het maar net.

Het feest in de kantine was onbeschrijfelijk. De bazen achter de bar schroefden het volume op: polonaise op Sign your name across my heart van Terence T. D’Arby, de aanvoerder gejonasd op de klanken van The Final Countdown, uitzinnige stagedives en crowdsurfing op Simon&Garfunkels ‘Sound of Silence’. Op het moment dat de nestor tijdens Rick Astley’s ‘Never gonna give you up’ zijn broek liet zakken om eens flink te gaan speechen, en Willem-Alexander zijn opwachting maakte om eens lekker mee te gaan douchen, wisten de rest van de ploeg wel hoe laat het was: tijd voor een lijntje op de bar!

En het ging nog lang van feestestein!

Doei!

 

Controlec 1 – LSVV’70 1 3-11

‘Dank je, voor de voetballes’. Zo. Dat zei een van de spelers van Controlec gisterenavond. Dat is nog eens leuk om te horen.

En ja, Onze Helden waren ook gewoon goed gisteren, echt goed. Nog nooit zoveel beweging zonder bal gezien bij LSVV’70 1 als in de eerste helft. Behalve uiteraard bij de Man wiens Naam Niet Genoemd mag worden. Die stond lekker in het oog van de orkaan, in zijn cirkeltje van drie meter doorsnede. En hij zag de andere matadoren rennen. En inspelen. En doorlopen. En inspelen. En doorlopen. Aanspeelbaar. Balbezit. Rust. Actie maken. Schieten? Nee, gaat niet. Eruit halen weer. En rustig opnieuw. Balletje laten vallen. Voorgeven. Boem. Raak. Juist.

Niet als kippen zonder kop, en ook niet zomaar de-ge-lijk. Nee, in totale controle.

Na 10 minuten mocht de tegenstander de bal ook eens vaker dan drie keer rondspelen op de vijandelijke helft, het stond toen al twee-nul, en prompt schoten de gastheren een bal erin. Dat was natuurlijk niet de bedoeling, dus zetten Onze Helden even aan. Een paar van louter combinatiegeilheid druipende aanvallen later stond de ruststand op het bord: 1-6.

En ja, het niveau was minder in de tweede helft. En ja, zelfs op een avond als deze valt er nog wel eens een tegendoelpuntje. En ja, het zal wel dat Controlec geen zin meer had in verdedigen. Maar alle plofballen op een stokje: ook na rust legden we er nog vijf in het mandje en dat is gewoon goed. Echt goed.

Wat is er allemaal gebeurd in de zaal?

 

Beste mensen,

 

Excuses voor het gebrek aan boekstaving van de Daden van Onze Helden in de laatste weken. Het was druk. Snel praat ik u bij:

 

LSVV’70 1 – Stompwijk  3-1

Je zou het niet denken, maar deze overwinning was geen moment werkelijk in gevaar. Alleen kwamen zij wel op voorsprong. Dat was even lastig, maar daarna waren wij gewoon echt veel beter. Einde titelaspiraties Stompwijk, me dunkt.

 

Hercules 1 – LSVV’70  5-5

Tot twee minuten voor rust was dit een niks-aan-de-hand-wedstrijdje tegen een stel goed getructe Mahrebi’s, maar toen werkte De Man wiens Naam niet genoemd mag worden een voorzetje achter eigen doelman Jan D. Na rust draaide de Hercules-masjien op volle toeren, terwijl er bij ons zand tussen de tandwielen zat. Twee eigen doelpunten en twee keer te-kakken-gezet-worden-door-een-goeie sleep later stond het 5-3 en dreigde de eerste seizoensnederlaag. Wissel: Jan D. naar de kant, de Niet-Genoemde meevoetballend op doel. En toen het wondertje: totale rust en overleg aan LSVV-kant brachten toch nog wat op in de laatste paar minuten. Eerst Sietse F. bij de rechterpaal op aangeven van Job W., en in de laatste seconden Job W. bij de linkerpaal op aangeven van Sietse F. Nederlaag afgewend. Piepend en krakend.

 

LSVV’70 1 – Juvente 1  13-3

Dertien tegen drie, de uitslag zegt het al.

 

Watergras 6 – LSVV’70 1  1-8

Niet eens zo goed, ons spel, maar effectief als wel vaker. Bij rust 1-3, na rust er nog vijf bij. Michel M. was hoofdkannonier met vier treffers, Job W. maakte er drie en ook Sietse F. wist er nog eentje in te prikken. Geert Jan ‘aanvoerder & topscorer’ Jonk maakte er derhalve geen. En de honderdste van het seizoen? Die was voor Sietse!

 

Sevenstars 3  -  LSVV’70 1  0-15

De afgelopen weken viel het woord ‘degelijk’ nogal eens in de wedstrijdverslagen van LSVV’70 zaal 1. Alles was de hele tijd maar degelijk. Spel degelijk, score degelijk, laag aantal tegengoals degelijk. Degelijkdegelijkdegelijk. Vorige week nog de return tegen Lugdunum 4, werd 0-4. Degelijk.

Maar als je met 15-0 wint dan dekt degelijk niet meer de lading, ook al is het tegen de hekkensluiter. Vijftien-nul is niet eens een korfbaluitslag, want daar gooit de tegenstander er altijd wel eentje in. Badminton gaat tot de 21 tegenwoordig dacht ik. Tafeltennis tot de elf. Dan hou je dus tennis over. Sevenstars sloeg op, LSVV’70 retourneerde met kracht: love-fifteen .

En dat mij brengt op de herkomst van dat rare ‘love’. Waar komt dat nu vandaan? Sommigen beweren dat het is afgeleid van de Franse woorden voor het  ei: l‘oeuf, omdat een ei zo op het getal nul zou lijken. Een Nederlands historicus brak echter in de jaren negentig een lans voor de theorie dat het zou komen van ‘iets voor lof doen’, dus voor de eer, niet voor het geld. Je vraagt je wel af waarom dit Nederlandse woord wel in het Engelse en niet in het Nederlandse tennisjargon is terechtgekomen. Weer anderen zeggen dat ‘love’ een verbastering is van l’heure – dit hangt weer samen met de veronderstelling dat voor de telling in vroeger tijden gebruik werd gemaakt van een klok: 1e punt na een kwartier, 2e punt na een half uur. Derde punt na drie kwartier? Nee, na veertig minuten. De ’45’ was dan gereserveerd voor de stand ‘deuce’. Het nulpunt valt dan weer op het hele uur: l‘heure. Best aannemelijk, niet?

En ja, lieve lezers, er zijn er zelfs die beweren dat ‘love’ wel voor liefde staat, namelijk de liefde die tennissers voor elkaar gevoelen als de score nog niet is geopend. Maar daarin wens ik niet mee te gaan. LSVV’70 opende namelijk via Peter Praat rap de score en de ‘love’ bleef gewoon staan.  Mede dankzij het best bekwame keeperswerk van de man wiens naam niet genoemd mag worden. Wat er naderhand in de kleedkamer nog meer werd opengebroken en hoeveel liefde daarbij kwam kijken, dat laat ik graag aan uw fantasie.

Volgende week Stompwijk. Het woord zegt het al.

 

LSVV’70 1 – Lugdunum 4  8-3  & Sevenstars 4 – LSVV’70 1  2-5 (beker)

Onze Matadoren van de Zaal moesten deze week twee potjes in drie dagen afwerken. Je hoort dan al gauw trainers op persconferenties over oververmoeidheid, aanslag op het lichaam van de spelers, te weinig tijd voor de geestelijke verwerking van een wedstrijd en meer van dat soort gelul. LSVV’70 1 heeft geen trainer en doet ook niet aan zulk gejank. Alleen Geert Jan Jonk liep wat te jammeren over pijntjes, maar goed, die is dan ook aanvoerder en organisator van de hele boel, het dichtste bij een trainer dat onze Zaalhelden ooit in hun midden zullen accepteren.

En er viel ook niets te klagen: twee keer ballen, twee keer winnen. Twee trefwoorden ook, voor elke wedstrijd eentje. Voor de match tegen Lugdunum was dat ‘veerkracht’, voor de pot tegen de Sevenstars ‘degelijkheid’.

Eerlijk is eerlijk, de mannen van Lugdunum maakten het de onzen toch wel even erg lastig. Na een 1-0 voorsprong dachten onze mannen het al half en half geklaard te hebben, maar dat was een misrekening. Bij rust was het 2-1 voor groen-wit, en aangezien hun keeper (door zijn teamgenoten consequent aangesproken met ‘Keeper’, hetgeen ik een toepasselijke naam vind) excht heel erg veel ballen pakte moesten alle zeilen worden bijgezet. En dat werden ze ook: een minuutje na de pauze was het gelijk, en niet veel later was het 4-2. Veerkracht dus. Daarna was het wel zo’n beetje klaar. Man van de wedstrijd: Sietse F., vanwege nogal wat onnavolgbare acties en hard gedraaf.  En dus niet Geert-Jan Jonk, met zijn vier doelpunten.

Vier goals maakte hij ook tegen Sevenstars, twee dagen later, voor de beker. Over die pot wens ik weinig meer te zeggen dan dat het vertoonde spel zo degelijk was als een pak Douwe Egberts koffie. Als het presentatiewerk van Tom Egbers. Of Dione de Graaff. Als de uitstraling van Job Cohen toen hij nog burgemeester van Amsterdam was. Als een Toyota Corolla. Of een Opel Astra. Ofzo. Degelijk dus. Ronde verder. Hoera!

 

Beker besognes, deel 2 : LSVV’70 1 – Lugdunum 4  8-1  &  LSVV’70 1 – Sevenstars 2  5-2

Ken je dat nog? Vroeger in de jeugd keek je tijdens de warming up naar de overzijde van het veld om in te schatten hoe sterk de tegenstander was. Dat kon je namelijk zien. Soepele tred, lengte, lange ballen ook. Afgezakte sokken, mooie tenues, een snor. Je keek jezelf bijkans uit de wedstrijd. Inmiddels zijn we allemaal ‘older, sadder, wiser’. Op Geert Jan na. Die heeft het ophemelen van de tegenstander tot kunst verheven. Job W. de vaste reporter wilde kijken of je je met een nieuw telefoonnummer ook een kwartier voor tijd kon afmelden en zowaar, het lukte. De man wiens naam niet genoemd mag worden, was verstrikt geraakt in kluwen schaamhaar tijdens een cursus aqua joggen voor bejaarden, maar werd gelukkig vervangen door een andere man wiens naam niet genoemd mag worden. Een en ander was voor Geert voldoende om de noodsituatie uit te roepen. Het water leek hem nog nader aan de lippen te staan dan de halve bevolging van New York. Verder was de tegenstander er ook eentje om rekening mee te houden. Die jongens stonden supergoed in de competitie. Ze hadden nog niets verloren, alleen 5 wedstrijden minder gespeeld dan de rest waardoor ze slechts op de tiende plek stonden, of zoiets. Lugdunum heeft verder nooit slechte voetballers en ze speelden ook nog thuis. Het zou een barre avond worden aldus Geert.

Onderwijl werden we door een groepje mannen aangestaard, dat duidelijk onder de indruk was van de lengte van Alphert, de schotkracht van Stijn, de afgezakte sokken van de man wiens naam niet genoemd mag worden die speelde voor de man wiens naam niet genoemd mag worden, het sex appeal van Geert en de soepele tred van Praat. Ondertussen had Geert ons overtuigd van het feit dat we ons niet moesten laten misleiden door de zichtbaar overtollige kilo’s, bochels, klompvoeten en slechte adem, hoewel dat laatste ze niet was aan te zien. Bevreesd stond het vlaggenschip aan de aftrap. Veertig seconden later schoot Praat de 1-0 erin. De rest is geschiedenis. Volgende wedstrijd is tegen Sevenstars 2. Tegen het derde van Sevenstars wonnen we ternauwernood met 11-3 en het tweede speelt een klasse lager. Oppassen geblazen dus.

 LSVV’70 1 – Sevenstars 2  5-2

Gemakzucht, het sluipt er nogal gauw in bij onze helden. En dus was het wel duidelijk hoe ze het veld op zouden stappen toen Sietse F. wist te melden dat de tegenstanders van Sevenstars niet verder waren gekomen dan een 2-2 gelijkspel tegen onze vrinden van Leiden 1. Dat varkentje wassen we wel even.

Maar het was geen varkenswasjesdag, afgelopen woensdag. Op sommige plekken was het stuntdag, zoals in Glasgow, waar de plaatselijke katholieke groen-witten zomaar de trots van Catalunya pootje lichtte. En in Leiden was het ‘oh, die gasten kunnen veel beter ballen dan we dachten’-dag. Want dat konden ze, de tegenstanders uit Zoetermeer.

Een en al beweging was het bij de gasten, met een soort Hindoestaanse Graziano Pellé in de punt. Dat balt best lastig eigenlijk. Er ontspon zich een boeiend duel, zoals dat zo fijn heet, waarbij op de keper beschouwd de kwaliteit van de keepers de doorslag gaf. Jan D. pakte er weer veel, balletjes van afstand, ballen van dichtbij, 1-op-1, zegt u het maar. Twee keer moest hij slechts, twee keer in de eerste helft. Dat waren de 1-1 en 1-2, nadat Job W. de gastheren op voorsprong had gepunterd.

Nadat onze helden op achterstand kwamen, gingen ze wat strakker georganiseerd ballen. Nog voor rust leverde dat wat op. Wat heet, een kogel van Stijn vloog miraculeus via de eerste paal in het dak van het doel. Daarna rondde Job W. een buitengewoon fraai opgezette aanval bij de tweede paal af.

De tweede helft? Druk van Sevenstars, reddingen van Jan, ruimte voor de counter, twee keer raak: Sietse F. en Job W. (met medewerking van het linkerscheenbeen van de doelman). En iedereen na afloop: “Zo, dat was pittig. Nee, die gasten hebben echt niet met dit team gelijkgespeeld tegen Leiden. Volgens mij waren het gewoon kerels uit het eerste”, en allemaal van dat soort opmerkingen waardoor je eigen winstpartij groter lijkt dan hij eigenlijk is. Maar, dames en heren, feit is wel dat LSVV’70 zaal 1 alle tien wedstrijden die het dit seizoen speelde in winst heeft omgezet. En dat is best ok.

 

Bekerbelevenissen: LSVV’70 1 – Leiden 1  7-2

Voorafgaand aan Barcelona-Celtic zond de NOS een reportage uit over Hendrik Larsson, u weet wel, die Zweed met die dreadlocks, die bij Feyenoord niet bijster veel scoorde. Wel bij Celtic, 272 keer om precies te zijn. Later speelde hij bij Barcelona. Het toeval wilde dat hij in een van zijn eerste wedstrijden voor de Catalanen in Glasgow tegen zijn oude ploeg Celtic speelde, in een Champions-Leagueduel. Hij scoorde, en wat doe je dan? Niet juichen. Uit respect.

Iets dergelijks moet Sietse F. ook in gedachten hebben gehad, gisteravond in het bekerpotje tegen Leiden 1. Maar hij deed het in de overtreffende trap: hij scoorde gewoon helemaal niet. Dat kan natuurlijk ook. En zijn oud-ploeggenoten waren ook wel gebrand op een aardig resultaat trouwens. Ze zaten er verdomd fel op, terwijl LSVV’70 nogal nonchalant voor de dag kwam. Dat leverde een 1-0 achterstand op bij rust. Dat mag gerust een interessante stand worden genoemd, aangezien de onzen koploper zijn in de 2e klasse en Leiden een klasse lager onderaan bungelt.

Na rust dan orde op zaken. De man wiens naam niet genoemd mag worden legde er drie in, Stijn Kalsbeek schoot twee keer raak, Alphert en Geert Jan maakten er ieder eentje,maar die van Geert Jan telde bijna dubbel, zo’n mooi lobje was het. Dat gelegenheidsdoelman Gerben W. niet scoorde, is niet zo gek, die stond immers op doel. Maar Sietse? Nul doelpunten. Uit respect, denk ik. Of angst, hij woont per slot van rekening praktisch in de kantine van vv Leiden. En uw verslaggever? Die heeft niks met vv Leiden, maar besloot solidair te zijn met Sietse en ook niet aan de score bij te dragen. Zo is hij ook wel weer.

Bax/Zeefdruk 2 – LSVV’70 1  3-7

Waarde lezers,

Veerkracht, kent u dat begrip? Het is geen eigenschap die in het algemeen snel met LSVV’70 wordt geassocieerd.  Maar tjonge jonge, gisteravond spreidden onze mannen van het zalende Vlaggenschip er flink wat van tentoon, in de pot tegen het tweede van Bax.

Het begon al bij de heenreis. Sporthal De Tulp, Johanna van Beierenweg. Prima, even de navigatie aan: A44, afslag Oegstgeest-Noord/Noordwijk, linksaf langs de vaart, rechtdoor de winkelstraat in. So far so good. Dan het spoor over, rotondetje nemen. Ha: Johanna van Beierenweg. We zitten goed. Verkeersdrempeltje 1, verkeersdrempeltje 2, en dan: paaltjes. Midden op de weg. Op een meter of veertig van de sporthal. Wie bedenkt zoiets? Een buurtcomité waarschijnlijk: ‘Met al dat verkeer verzakken onze huizen, daar houden ze nooit rekening mee!’ Zoiets.

Maar er zat veerkracht en volharding in onze mannen, en creatief oplossend vermogen ook. Parkeren op het privéterrein van het cafe, en te voet verder. Prima.

En dan de wedstrijd zelf. Er waren maar vijf matadoren beschikbaar, dus er was vrees voor een conditionele uitputtingsslag. Maar niets van dat alles. Na een klein kwartiertje stond het gewoon drie-nul voor de onzen. Goals van Job W., Sietse F. en Geert Jan J. als ik me niet vergis. Niets aan de hand, tot LSVV’70 wat slordig werd, wat mannetjes liet lopen, en ook nog een pingel tegen kreeg. Twee-drie bij rust.

En het leek Bax te zijn dat de ultieme veerkracht in zich droeg, want een paar minuutjes na de pauze lag de gelijkmaker erin. Dat zou een mentale mokerslag moeten zijn voor onze jongens. Moeten? Nee, kunnen hooguit. Maar was het ook een mokerslag? Neen, neen, driewerf neen.

Onze Helden richten zich op: Sietse F. knalde de 3-4 binnen, Geert Jan J. de 3-5. En toen was het klaar. Wie had nu de tong op de schoenen? De Vrolijke Vijf van LSVV? Neen, de Somberende Zeven van Bax/Zeefdruk. En dus maakte Sietse zijn belofte van voor de match waar: hij zei raak te gaan stiften, hij stiftte raak. Job W. verzorgde het slotakkoord met een droge knal in de korte hoek. Drie voor de thuisploeg, zeven voor LSVV’70. Veerkracht getoond, me dunkt.

Zeven gespeeld, eenentwintig punten. Lijfsbehoud is zeker.

SJZ 2 – LSVV’70 1 3-4

Afgelopen vrijdag werd het tegen Controlec thuis 11-2 voor de Onzen. Uw verslaggever was daar niet bij, maar het leek hem niet zo’n lastige pot. Maar dan, op maandag, SJZ uit. Altijd lastig? Ja, altijd lastig. De afgelopen jaren hebben we onze Zoeterwoudse vrienden leren kennen als een ploeg die zich lekker om de eigen cirkel plooit en vervolgens loert op de counter. En ook deze avond verloochenden ze hun principes niet.

Het is zaak om tegen zulke ploegen op voorsprong te komen, en verrek, dat kwamen onze Helden ook. Aardige assist Gerben W., onberispelijke afwerking Geert Jan ‘Kinkhoes” J. en het was 0-1. Kat in het bakkie zou je zeggen en zo leek het ook. Maar twee momenten van onachtzaamheid en wat gerommel voor de Leidse goal later was het alweer andersom. Rusten met een 2-1 achterstand in de Klaverhal. Zie dat maar eens recht te breien.

Maar onze jongens zouden onze jongens niet zijn als ze de breipennen niet enthousiast ter hand namen. De tweede helft was nog geen paar minuten oud toen Job W. de plofbal links onderin de hoek legde, en diezelfde Job W. kon niet zo veel later een lullig ogend, maar ragfijn voorzetje van Geert Jan J. van heel dichtbij binnentikken. En toen Geert Jan J. zelf de 2-4 binnenlelde leek het klaar. Léék, want de Zoeterwoudse strijders knalden vijf minuten voor tijd via de bips van kerverse papa Alphert C. het leder in de touwen van het hok van Jan D.

Werd het nog spannend? Ja, het werd nog heel spannend. Doelman D. verrichte een cruciale redding 20 seconden voor tijd, in een een-op-een na, u raadt het al, knullig balverlies. Maar toen was de buit ook binnen. Drie tegen vier tegen de koploper, die daarmee direct tot voormalig koploper werd getransformeerd. Niet gek. Achttien uit zes. Niet gek.

Juvente 1 – LSVV’70 1 1-7

Was het goed gisteren? Ach nou, nee, het was niet fenomenaal.

Was het akelig efficiënt? Ja, best wel.

Geflatteerd? Mwoah. Aan de ene kant hield Jan er een paar mooie ballen uit. Aan de andere kant hadden we op de counter in de tweede helft er nog wel een stuk of vijf, zes bij in kunnen schieten. Nee, moeten schieten, zo heet dat dan. ‘Zulke ballen moeten er gewoon in’, hoor je dan. De grap is dat ze dat op elk niveau zeggen. In de tweede klas West II in de zaal: ‘Ja, die ballen moeten gewoon hangen.’ Na afloop van een WK-finale tegen Spanje: ‘Ja, als je alleen op de keeper afkomt, moet ie in principe er gewoon in.’ Allemaal gelul natuurlijk, zolang er gevoetbald wordt zullen er opgelegde kansen worden gemist.

Zeven van dat soort kansen werd niet gemist. Doelpunten van Sietse F. (2x), Alphertus C. (1x), Gerben W. (2x) en De Man Wiens Naam Niet Uitgesproken mag worden (2x) zorgden voor zeven treffers op het bord. Zonder score, maar wel met bijna de nul: Jan D. Jammer dat die ene bal nog van richting werd veranderd. Maar ach. Echt de nul, maar dan in zelf gescoorde doelpunten: Job W. Hij had ruzie met de bal en grossierde in hoge ballen die kant noch wal raakten. Dat moet ook maar eens gezegd worden.

 

Zaal: LSVV’70 1 – Hercules 1  7-2

Ken je dat? Je hebt een zaalwedstrijdje, je komt net wat laat aan bij de hal, loopt naar de kleedkamer, en ondertussen lopen al wat tegenstanders keurig gekleed voor de match hun lokaal  uit, op weg naar de zaal. ‘Goeienavond’, mompel je dan, en dan kleed je je rap  aan, zodat de wedstrijd hooguit een minuut of tien te laat begint.

Gisteren ging dat ook zo. ‘Goeienavond’ . ‘Goeienavond’. ‘Hoi’. ‘Hee’ . ‘Avond’. ‘Hallo’. Er bleef maar volk uit de kleedkamer van Hercules komen. Zes, zeven, acht, tien, twaalf stuks. Allemaal strak in een fonkelnieuw tenue, allemaal strak bezig met een heuse warming-up. Allemaal onder de 23 ook.  Oh God, dachten de onzen, dat wordt weer rennen.

Maar niets bleek minder waar. Wat was het geval? De Haags-Marokkaanse vrienden van Hercules waren wel met zijn heel velen, maar waren vooral geïnteresseerd in kunstjes met de bal. Schaartje, over de bal heen, onder het voetje kunstig doen. Maar daar worden onze helden niet warm of koud van.  Gewoon naar de bal kijken, fatsoenlijk je positie houden, als je het even niet weet luisteren naar badmeester Joeri O., en dan gewoon gaan staan waar hij zegt dat  je moet  staan, en dan counteren. Vier keer de bal erin schoppen voor rust ook (Alphert 2x, Sietse 1x, Job 1x) en  het was alweer gespeeld. Wel handig trouwens dat  ze een veldspeler op doel hadden. Tenminste, ik hoop voor hem dat hij niet full time op doel staat.

Zakelijk, koel, zuiver. Zo ging het.  Na rust even een slap begin, tot Alphert  er weer een in jenste. En omdat hij dat nog een keer deed, en Sietse ook, en de tegenstander er toch ook twee inroste, was het patat voor de onzen. Zeven tegen twee, niet gek hoor.

En het aardige is, als de tegenstander met 12 man is, hoor je na afloop ook 12 keer ‘Gefeliciteerd, man. Jullie speelden echt lekker.’ En zo was het maar net.